Reiner Feiner en Martin Iwema, advocaten:
‘Wij zijn er voor de mensen’

Advocaten Reinier Feiner en Martin Iwema kennen elkaar vanuit het Advocatenkollectief Rotterdam waar ze beiden jarenlang werkten. Op 1 mei 2017 openden ze de deuren van hun eigen advocatenkantoor aan de Westersingel in Rotterdam.

Wat doen jullie?
Reinier: ‘Wij verlenen hoogstaande rechtsbijstand aan kwetsbare groepen. Mijn aandachtsgebieden zijn strafrecht en jeugdrecht en die van Martin zijn strafrecht en sociaal zekerheidsrecht. We nemen de aanduiding “kwetsbare groepen” wel ruim hoor. Dat zijn niet alleen mensen die geen rechtsbijstand kunnen betalen. Elk individu dat te maken krijgt met de macht van de overheid, voelt zich kwetsbaar. Dat geldt dus bijvoorbeeld ook voor ondernemers of mensen met een goede baan die van een strafbaar feit verdacht worden. In zo’n situatie heeft de overheid een bijna ongelimiteerde macht: zij bepalen de feiten en zij bepalen hoe het verder gaat. Wij zien het als een uitdaging om die machtsverhouding voor onze cliënten gelijk te trekken. Wij zorgen voor een eerlijke en zorgvuldige procedure en dat de rechten van onze cliënt beschermd worden. Zie ons maar als een soort David tegen Goliath.’

Martin: ‘In tegenstelling tot zo’n 70% van de Nederlandse advocaten brengen wij als strafrechtadvocaten veel tijd door in de rechtszaal. Gekleed in onze toga, dus zoals je ook ziet in Amerikaanse tv-series. Dat komt door ons werkgebied, wij zijn er echt voor de mensen. Overigens doen wij ons werk als advocaat vooral in het voortraject en niet tijdens de zitting zelf. Denk dan bijvoorbeeld aan het horen van getuigen, het aanvragen van deskundigenonderzoeken en cliënten op de juiste wijze instrueren hoe ze zich moeten gedragen.'

Reinier: ‘Wat we ook doen is verbinding zoeken met maatschappelijke organisaties zoals Heilige Boontjes of Stichting De Nieuwe Kans. Zo kunnen we ervoor zorgen dat mensen die bij ons komen en waarvan vast staat dat ze iets strafbaars hebben gedaan, een stuk begeleiding krijgen.’

Kun je een voorbeeld uit de praktijk geven?
Reinier: ‘Een cliënt van mij, een alleenstaande moeder met twee kinderen waarvan de jongste net twee maanden oud was, had ik al jaren niet gezien. Zij werd op een ochtend heel vroeg door de politie aangehouden wegens poging tot doodslag. Ze moest mee naar het politiebureau en Jeugdzorg werd ingeschakeld. Haar moeder belde mij op en ik ging meteen naar het politiebureau om te horen wat er aan de hand was. Het bleek om een uit de  hand gelopen burenruzie te gaan. De mensen die aangifte hadden gedaan, hadden het verhaal omgedraaid. De vrouw in kwestie mocht dus ’s middags na het verhoor, waarbij ik ook aanwezig was, weer naar huis. Ondertussen had ik Jeugdzorg al laten weten dat er opvang was voor de kinderen. Toen ik die middag met mijn cliënt de straat in reed, kwamen er wel dertig familieleden juichend naar buiten. Als je dan ziet wat je voor mensen kunt doen, geeft dat veel zingeving en voldoening.’

Zien jullie ontwikkelingen in de advocatuur?
Reinier: ‘Ik denk dat de advocatuur in de toekomst sterk gaat veranderen en dat ook allerlei ICT-oplossingen hun intrede gaan doen. Zo zou ik bijvoorbeeld wel een app willen ontwikkelen voor een zelfhulpgroep. Ik sta veel mensen bij in het jeugdbeschermingsrecht, maar moet mij dan natuurlijk aan mijn geheimhoudingsplicht houden. Ik kan niet tegen iemand zeggen “weet je dat je buurman ook klant bij mij is?”. Terwijl ik in bepaalde buurten gezinnen en alleenstaande moeders tegen kom, die veel baat zouden hebben bij onderling contact. Stel dat een alleenstaande moeder een burn-out krijgt en ze heeft maar een beperkt netwerk, bestaat zelfs de kans dat Jeugdzorg haar kinderen in een pleeggezin plaatst. Als je in zo’n situatie kunt terugvallen op andere mensen voor bijvoorbeeld een tijdelijk logeeradres, voorkom je dat zaken uit de hand lopen. Mensen kunnen zo steun bij elkaar vinden, maar dan moet je ze wel met elkaar in contact kunnen brengen.’

Martin: ‘Natuurlijk is in de advocatuur zeker sprake van allerlei traditionele omgangsvormen, al maakt het merendeel van de advocaten inmiddels volop gebruik van de verschillende digitale mogelijkheden. Het zijn vooral de rechtbanken die nog  heel traditioneel werken en wij kunnen niet anders dan ons daaraan aanpassen. Sommige rechtbanken weigeren bijvoorbeeld om via email te corresponderen, dat kan alleen via de fax. Wij moesten dus in ons nieuwe kantoor speciaal een analoge lijn en een faxapparaat installeren…’

Kun je iets over de opleiding vertellen?
Reinier: ‘Zelf rondde ik de specialisatieopleiding straf- en jeugdrecht af en volg ik elk jaar allerlei cursussen over bijvoorbeeld omgaan met forensisch bewijs of over getuigenverhoor. Maar je leert het vak pas echt door het te doen en je kennis en ervaring op het juiste moment toe te passen.’

Hoe komen jullie aan je cliënten?
Martin: ‘Via maatschappelijke organisaties en collega-advocaten, maar vooral via mensen die we in het verleden bij stonden.’

Zijn er wel eens zaken die jullie weigeren?
Martin: ‘Ja hoor, regelmatig. Soms omdat sprake is van tegenstrijdig belang  omdat er meerdere verdachten in een zaak zijn of omdat we de tegenpartij eerder in een andere zaak bij stonden.  Maar het kan ook zijn dat er gewoon geen zaak is…je kunt niet al te vaak bij de rechtbank met onzin aankomen. Al is het ook niet zo dat we alleen maar voor zaken gaan die we zeker gaan winnen. Je weet namelijk nooit hoe dingen kunnen lopen.’

Wat vinden jullie lastige zaken?
Reinier: ‘Zaken waarbij je geen contact hebt met je klant hebt omdat het zeer gestoorde mensen zijn die zeer gestoorde dingen gedaan zouden hebben. Denk dan aan partnerdoding of aan terrorisme. Ik vind het heel lastig als cliënten overtuigd zijn van hun gelijk terwijl ik weet dat als ze zich op die manier in de rechtszaal presenteren, ze hun eigen graf graven.  Dat kan ook een reden zijn om ons terug te trekken. De eigenwijsheid van sommige cliënten is het grootste risico voor het welslagen van een succesvolle procedure.’

Wat vinden jullie het leukste aan je beroep?
Martin: ‘Het creatieve aspect. Advocatuur is ook een vorm van theater, er moet  wat gebeuren, het moet een zekere entertainmentfactor hebben. Daarnaast moet je cliënten gerust kunnen stellen en moet je de confrontatie met andere partijen kunnen aangaan. In de rechtszaal, maar bijvoorbeeld ook met de politie. Als advocaat in ons werkgebied ben je steeds bezig met je presentatie op basis van de juridische werkelijkheid van dat moment. En geloof me, de ene advocaat is dodelijk saai en de ander is heel leuk. [lachend] Nu maar hopen dat ik tot de laatste categorie behoor.’

Reinier: ‘Ik vind vooral het contact met al die verschillende mensen heel leuk. Er zit niet zoveel verschil tussen cliënten als ze in die positie verkeren. De situatie waarin ze zich bevinden, vormt op dat moment de grootste bedreiging van hoe ze in het leven staan.

Daarnaast vind ik het ook een uitdaging om onderscheidend te zijn door nieuwe jurisprudentie te creëren en de rechters via juridische creativiteit anders naar dingen te laten kijken. Het is een spel en daarbij is communicatie altijd het belangrijkste element.’