Martijn Verhagen, Architect:
‘Communiceren via beelden, ideeën verbeelden
en creatieve oplossingen bieden’

Opleiding

Mijn opleidingspad was niet de standaard route om architect te worden. Ik ben gestart vanuit VMBO Bouwkunde, vervolgens volgde ik de interieurstudie hout en meubilering aan het HMC Rotterdam (MBO), daarna behaalde ik mijn Bachelor opleiding HBO Bouwkunde met specialisatie architectuur. Uiteindelijk heb ik Master Architectuur gestudeerd aan de TU Delft.

‘Een architect is iemand die beroepsmatig gebouwen ontwerpt, deze ontwerpen uittekent en de uitwerking van het concept begeleidt naar realisatie. Een architect is de ruimtelijke vertaler van de eisen en wensen van een opdrachtgever. Met behulp van tekeningen en andere middelen zoals maquettes, 3D en zelfs Virtual Reality vertalen wij die wensen naar een gebouw. Zo’n traject, van eerste gesprek om de ideeën af te tasten tot de daadwerkelijke ingebruikneming van een gebouw, is een intensief proces. Buitenstaanders zien vaak alleen het resultaat van dit proces: de bouw en realisatie van het ontworpen gebouw.

Bijdrage aan de omgeving
Je zet een gebouw niet zomaar neer. Naast de wensen van de opdrachtgever hebben wij te maken met bepalende wet- en regelgeving. Ik ontwerp vanuit de visie een goed werkend gebouw neer te willen zetten. Een gebouw dat er mooi uitziet, waarmee je als architect iets “vertelt”, maar vooral functioneel is, met een bepaalde gedachte is gebouwd en bijdraagt aan de omgeving. Ik ontwerp geen gebouw om een statement te maken. De gebouwen die ik ontwerp vallen in de categorieën (woon)zorg, binnenstedelijk wonen en bedrijfshuisvesting. 

Wensen van de opdrachtgever
Ik vind het belangrijk dat de gebruikers een gebouw als een prettige omgeving ervaren. Daarom leef ik mij altijd zo diep mogelijk in in de wensen van mijn opdrachtgever en zoek ik het antwoord op de ‘vraag-achter-de-vraag’. Om daar achter te komen, praten wij met de toekomstige gebruikers van het pand. In het geval van bijvoorbeeld een zorggebouw zijn dat de uiteindelijke gasten, maar ook juist de medewerkers zoals verpleegkundigen, horecapersoneel en de specialisten zoals artsen, fysiotherapeuten, etc. De informatie combineer ik met eisen van de opdrachtgever. Dan beginnen bij mij de ideeën al vaak te ontstaan en gebruik ik mijn creativiteit om een passend ontwerp te maken. Ook houd ik rekening met de locatie van het te bouwen pand, het moet passen in de omgeving. Ik moet met veel zaken rekening houden, maar dat maakt mijn vak juist zo leuk. Iedere opgave is nieuw en ik kan mij telkens in een nieuwe wereld verdiepen. Vanaf het moment dat een gebouw wordt opgeleverd, ga ik na de ingebruikname nog regelmatig kijken of datgene wat ik heb bedacht, ook daadwerkelijk werkt. Dan ook zie je de meerwaarde van de architectuur.

Kleinschalige Woonzorg
De meeste energie haal ik uit het ontwerpen van kleinschalige woon/zorg complexen voor mensen met dementie. Dat is dankbaar werk voor een heel kwetsbare doelgroep. Ik heb inmiddels veel kennis over deze ziekte, zo weet ik bijvoorbeeld door welke fases dementerende mensen gaan. Ik heb ook gezien hoe het niet moet. Mensen die wegkwijnen in verpleeghuizen en eenzaam zijn... Dat geeft mij extra motivatie om het juist goed te doen. Ik houd me nu bezig met een woonzorgproject dat echt onderdeel wordt van de wijk. De architectuur van dat gebouw sluit aan bij de belevingswereld van dementerende mensen. Zij verliezen het korte termijngeheugen en gaan terug naar het verleden. Hun wereld wordt steeds kleiner. Vanuit mijn rol als architect is het mooi juist hiervoor iets te kunnen betekenen. Dit door een verblijfsplek en een gebouw te ontwerpen die ondersteunend zijn aan de gemoedstoestand en belevingswereld van deze mensen.

Mijn ‘instrumenten’
Het schetspapier en mijn zwarte stift zijn onmisbaar in mijn werk. Een tekening is een middel om mijn ideeën te testen en weer te geven. Dat geeft primair weer wat architect zijn is: communiceren via beelden, ideeën verbeelden en creatieve oplossingen bieden. Vervolgens ga ik de schetsen uitwerken. Daar zijn digitale middelen voor: mijn CAD software waarmee ik 3D visualisaties kan maken. We zijn nu ook bezig met Virtual Reality waarmee ik het ontwerp zo realistisch mogelijk aan opdrachtgevers kan tonen. Wij kunnen de opdrachtnemer als het ware op de locatie plaatsen. De digitale ontwikkelingen gaan heel snel, maar tegelijkertijd maken wij nog steeds gebruik van monsters voor bijvoorbeeld de te kiezen baksteen of vloerbedekking. Ook een maquette is een goed middel om het gebouw te presenteren. Doel is de opdrachtgever vooraf een zo goed mogelijk beeld te geven van het uiteindelijke eindresultaat, zodat het gerealiseerde gebouw aansluit bij de verwachtingen vooraf.

Bijdrage aan leefomgeving
Het leuke van mijn beroep is dat ik een bijdrage mag leveren aan de leefomgeving. Elk gebouw dat je plaatst, heeft invloed op het collectieve geheugen van de mensen die er gaan wonen. Het is een herkenningspunt, mensen krijgen een bepaald gevoel bij ‘mooie stenen’. Ik probeer gebouwen te maken die in de omgeving passen en een prettige verblijfsplek zijn. Als dat lukt en de reacties zijn positief, dan is het gebouw en mijn werk als architect geslaagd.’