Karin Bannink, impresario:
'Verbinden, uitdagen en inspireren'

Fotografie: Floris Heuer

In een oud schoolgebouw in Rotterdam-Overschie huist Buro Bannink, impresariaat voor jeugd- en jongerentheater. In het gebouw zitten allemaal creatieve bedrijven. Buro Bannink is daar helemaal op zijn plek. Stap je de lokalen binnen waar de medewerkers van het bureau werken, dan is het je gelijk duidelijk: hier gebeurt van alles! 

Karin Bannink is de naamgeefster en oprichter van het bureau dat theatervoorstellingen voor kinderen tot 18 jaar aanbiedt. Dan ben je officieel impresario. Maar wat doet een impresario en wat is er zo leuk aan dit werk? Karin vertelt het zelf.

‘Een impresario verkoopt theatervoorstellingen en is bemiddelaar tussen theatergezelschappen en onder andere theaters, musea, festivals en scholen. Ik vergelijk mijzelf altijd met een exclusieve schoenenwinkel. Alleen verkoop ik geen schoenen maar jeugdtheatervoorstellingen. Ik zorg ervoor dat mijn etalage, en dat is onder meer mijn website, er altijd perfect uitziet en dat iedere voorstelling zodanig wordt gepresenteerd, dat mijn kopers de voorstelling kopen die het beste bij hem of haar past. Dus, om nog even bij de schoenenwinkel te blijven, dat niet iemand met maat 45 naar huis gaat met pumps maat 38. Naast de website tonen wij de voorstellingen tijdens presentatiedagen, via nieuwsberichten, via social media, posters, op foto’s, in brochures, etc.’

Hoe kom je aan de theatergezelschappen?
‘Ze vragen mij of zij bij mijn impresariaat mogen komen. Ik ben niet uniek, er zijn meer impresariaten die zich alleen op voorstellingen voor kinderen richten. Ik vind de jeugdtheaterwereld interessanter dan theater voor volwassenen. Je kunt bij kinderen veel meer bereiken. Ze zijn eerlijk en staan enorm open voor theater. Je kunt ze in drie kwartier de meest briljante ervaring van het jaar geven waar ze inhoudelijk veel uit kunnen halen. Zo kunnen wij een heel klein beetje bijdragen aan de opvoeding.’

Voor wie spelen jullie?
‘Onze gezelschappen spelen veel vrije voorstellingen in het theater of op festivals. Daarnaast spelen ze in het kader van cultuureducatie voor scholen. Uiteindelijk spelen ze wel de meeste voorstellingen voor scholen, dat hoeft niet op de school zelf te zijn, dat kan ook in een groot of klein theater. Een kind gaat namelijk vijf dagen in de week naar school en heeft maar twee dagen in de week de mogelijkheid om met ouders naar het theater te gaan.’

Stelt een school specifieke eisen aan een voorstelling?
‘Over het algemeen niet. Vanuit het oogpunt van cultuureducatie moeten kinderen een culturele ervaring meemaken. Kopen scholen zelf voorstellingen in, dan kijken ze over het algemeen wel naar de thema’s die in die periode op school worden behandeld. Is er bijvoorbeeld een week over gezonde voeding, dan willen ze het liefst een voorstelling die over gezonde voeding gaat.

Maar het merendeel van de voorstellingen wordt geprogrammeerd vanuit cultuureducatie. Dan moeten bijvoorbeeld kinderen uit groep 3 de best mogelijke theatrale ervaring voor hun leeftijd krijgen. Een programmeur zoekt dan bij alle impresariaten naar de voorstelling die daar volgens hem of haar het best bij past. Ik zie wel dat in zo’n geval de achtergrond van een school en de smaak van de programmeur een rol speelt bij de keuze van de voorstelling. Bepaalde thema’s komen dan niet altijd in aanmerking. Zo hadden we een mooie voorstelling over gender: drie meiden speelden drie jongens. Een van die jongens voelde zich vanbinnen een meisje. De voorstelling liet zien wat dat met vriendschap doet. Het was een speelse, vlotte energieke voorstelling voor kinderen vanaf 6 jaar, maar werd gewoon niet geboekt omdat het thema over gender te dichtbij de opvoeding van kinderen kwam en dat werd als te confronterend beschouwd. De voorstelling heeft wel in het voortgezet onderwijs gespeeld met daaraan gekoppeld een kijkopdracht. Je kunt het theater perfect gebruiken om zo’n onderwerp te bespreken.’

De voorstellingen worden niet in opdracht van bijvoorbeeld scholen geschreven?
‘Dat druist in tegen waar ik voor sta. Ik zoek naar theatermakers die met bezieling en passie iets maken wat zij aan kinderen willen vertellen. Vervolgens vraag ik hen wat de kinderen ervan mee naar huis moeten nemen. Theatermakers zijn kunstenaars die iets uit zichzelf willen vertellen. Die moet je niet sturen, dan is hun creativiteit en passie weg. Ik wil niet dat een maker mij vraagt waar vraag naar is. Er is alleen maar vraag naar hele goede inspirerende theatervoorstellingen en dat kan alleen maar als je vanuit je eigen passie en visie werkt.’

Bekijk je alle voorstellingen en theatergezelschappen?
‘Jazeker! Ik moet weten wat ik aanbied zodat ik mijn werk kan doen richting programmeur en theatermaker. Qua planning werken wij altijd zo’n anderhalf jaar vooruit. In 2017 zijn we dus al bezig met de programmering voor het theaterseizoen 2018-2019. Dan spreek ik met mijn makers: wat zijn hun plannen en komen er nieuwe voorstellingen? Gedurende het seizoen merken we ook wel eens dat er een vraag is naar een voorstelling voor een bepaalde leeftijd of prijscategorie die wij niet in ons aanbod hebben. Ik ga daar dan naar op zoek. Mailt iemand met de vraag of ze zich bij ons kunnen aansluiten, dan vraag ik om een registratie van de hele voorstelling. Dat neem ik door en vind ik het goed genoeg, dan ga ik de voorstelling bekijken en besluit ik of ik met de makers verder ga praten. Daarop selecteer ik dan of een gezelschap in mijn “stal” kan of niet.

Ik sluit contracten met gezelschappen voor onbepaalde tijd, wij spreken de intentie uit om met elkaar te blijven werken. Net als een huwelijk. Natuurlijk kunnen we “scheiden”, een keer per jaar is een moment dat we zonder toelichting tegen elkaar kunnen zeggen: “we stoppen ermee”. Zeker voor ons is die langdurige relatie heel belangrijk, omdat wij met veel jonge makers werken. Namen moeten worden opgebouwd en daar gaat veel tijd en geld in zitten.’

Wat is het leukste aan je werk?
‘Dat zijn de gesprekken met de gezelschappen en dat ik hen een stap verder kan brengen in hun ontdekking van wat ze willen vertellen. Dat ik hen kan inspireren om een bepaalde voorstelling te maken. Te gek dat ik mensen kan verbinden, uitdagen en inspireren. Dat is waar het bij mij altijd om draait.

Ook onze presentatiedagen zijn erg leuk. Die zijn wel heel stressvol, maar ik geniet ervan. De sfeer is goed, de makers zijn oprecht blij om elkaar te zien en zijn in elkaar geïnteresseerd, gaan bij elkaar kijken, hebben een connectie met elkaar. Mooi dat wij dat teweeg kunnen brengen. Dat we een stal hebben met theatermakers en acteurs die allemaal concurrenten van elkaar zijn maar dat gelukkig totaal niet zo voelen. Dat wij ze het gevoel geven dat ze ergens bij horen en dat zij elkaar waarderen en elkaar hun successen gunnen. Daar word ik ontzettend blij van. Het voelt als een familie. Het is mijn theaterfamilie.’

Opleiding
Er is geen opleiding voor impresario. Karin heeft Culturele en Maatschappelijke Vorming, richting kunst en cultuur gestudeerd. Zij heeft zich bij het hoofdvak Drama gespecialiseerd in het begeleiden van theatermakers en het ontwikkelen van culturele projecten vanuit een maatschappelijk belang. Ook heeft zij Algemene Cultuurwetenschappen gestudeerd met afstudeerrichting Cultural Economics and Entrepreneurship. Waarin zij zich gespecialiseerd heeft in de marktwerking van podiumkunsten en de economische aspecten van de culturele sector.