Cees Kruyt, schaapsherder in opleiding:
‘Schaapsherder zijn is zwaar werk, maar zo leuk!’

Cees Kruyt werkte ruim 35 jaar in diverse overheidsfuncties en besloot toen het roer rigoureus om te gooien. Op zijn 65e startte hij met een opleiding tot schaapsherder. Een flinke overgang, van werken op een kantoor naar een buitenleven tussen de schapen en de lammetjes. 

Cees: ‘Ik zat naar mijn gevoel te veel te vergaderen, te bespreken, te coördineren en af te stemmen. Ik genoot meer van het fietsen naar mijn werk dan van het werken zelf. Natuurlijk kon ik zo blijven doorwerken tot aan mijn pensioendatum, maar dat wilde ik niet. We hebben het financieel nu wel minder breed, maar dat heb ik er graag over. Ik doe nu echt iets dat ik heel leuk vind en waar ik trots op ben! 

Buitenlucht
Hoe ik op het idee kwam om schaapsherder te worden? Vroeger wilde ik altijd al boswachter worden, maar dat is er nooit van gekomen. Ik wandelde altijd veel en deed dat overal in Nederland, ook in het oosten van het land. Daar kwam ik altijd schaapskuddes tegen en dat fascineerde mij enorm. Niet alleen het werk van de herder en natuurlijk de schapen, maar ook hoe de hond van de herder de kudde bij elkaar houdt. 

Bordercollie
Ik besloot aan de tweejarige opleiding tot schaapsherder te beginnen, waarbij ik een dag per week op school in Velp zit. Daarnaast loop ik twee dagen stage bij de Belevenisboerderij van Martin Oosthoek in Rotterdam. Ook schafte ik natuurlijk een hond aan. Sky, mijn bordercollie, is in het voorjaar van 2019 geboren. Ook Sky moet een opleiding volgen die zo’n anderhalf tot twee jaar duurt, afhankelijk van hoe snel hij de dingen op pikt. Zonder hond kun je geen schapen hoeden. Het zijn ook de honden die de kudde bij elkaar houden, want geloof me, schapen kunnen verdraaid hard lopen. Draven zelfs. Mijn allereerste dag als praktijkherder rende ik achter een kudde aan. Nou dat doe ik nooit meer. Je haalt de schapen namelijk nooit in, hooguit het achterste schaap. Daarom loopt de hond altijd om de kudde heen.’

De kuddes
De schapen van de Belevenisboerderij worden ingezet bij de stadsbegrazing. ‘Elke kudde bestaat uit zo’n 200 tot 250 schapen. Ze staan over heel Rotterdam: op de taluds langs de snelwegen, op geluidswallen, in stadsparken maar ook bij begraafplaatsen. Het zijn flegmatieke beesten, van het verkeer dat continu voorbij raast, hebben ze geen last. Voordat de lammertijd aanbreekt, brengen we ze weer naar de boerderij. Dat doen we bij voorkeur lopend. Het is een prachtig gezicht om de kudde bijvoorbeeld over de Van Brienenoordbrug te zien lopen.

Lammetjes
In augustus worden de dames uit de kudde gedekt door heren van buiten de kudde, om zo nieuw bloed te krijgen. Een schaap krijgt gemiddeld 1,5 lammetje, we hebben ook regelmatig een schaap dat drie lammetjes krijgt. Dat zijn vaak lastige bevallingen en die lammetjes hebben meestal wat extra verzorging nodig. Soms is een bevalling ook zo gepiept, dat zijn natuurlijk de mooiste. Iedere herder kan zich nog zijn eerste bevalling herinneren. Eerst het pootje eruit, komt toch eerst het kopje, dan moet je dat terugduwen, krachtig maar voorzichtig tegelijkertijd. Die eerste keer stond het zweet op mijn voorhoofd. Elke bevalling is ontroerend, vooral het moment dat je het geboortevlies weghaalt en zo’n lammetje gaat ademen. Zodra de lammetjes goed op hun pootjes staan, gaan ze samen met hun moeder naar het kraamhok. Zijn ze na een paar dagen aan elkaar gewend, dan gaan ze naar het lammerenooihok en daarna de wei in of naar de belevenisboerderij. Het is een mooie opbouw. Pak ik een lammetje op een neem ik het mee het hok uit, dan volgt de ooi me op maximaal een meter afstand. Is het lammetje even uit haar zicht, dan raakt de ooi in paniek, er is dus echt een sterke band tussen moeder en kind. Die blijft ongeveer een half jaar in die mate bestaan, eenmaal in de kudde blijft er wel een band, maar zijn ze meer op zichzelf. 

Opleiding
Op de opleiding leren we hoe we onze schapen zo lang mogelijk gezond houden en wat we daar zelf aan kunnen doen. Een schaap levert maar € 100 op, dus laat je een dierenarts komen, dan ben je je marge kwijt. Dus doen we zoveel mogelijk zelf. Zo doen we zelf mestonderzoek om te kijken welke parasieten erin zitten en hoe gevaarlijk die zijn. Ook moeten we allerlei plantsoorten kennen, zodat we weten welke planten en grassen er in een weiland staan. Je wilt je schapen natuurlijk niet op een stuk land zetten met giftige planten.

Overplaatsen
Het overplaatsen van een kudde vind ik eigenlijk het leukste werk. Dan zijn er meestal twee herders en twee of drie honden nodig. We moeten namelijk provinciale wegen en busbanen oversteken. De achterste hond “duwt” als het ware de kudde vooruit en de voorste hond remt de kudde af. De schapen moeten wel op een drafje blijven lopen, anders zijn ze afgeleid en gaan ze grazen. Een schaap kan zo’n twee tot drie uur lopen, maar we moeten ook aan onze honden denken. Zij lopen de afstanden wel vier tot vijf keer en stoppen niet. Een bordercollie kan zich doodwerken, zo gedreven zijn ze. Wat ook lastig is, we moeten de hond leren om onze commando’s op te volgen, maar ook om soms ongehoorzaam te zijn. Ze zien vaak meer dan wij. Ziet de hond dat een schaap is afgedwaald en ik zie dat niet en de hond reageert alleen maar op mijn commando’s, dan zijn we het schaap kwijt. Dat is best een lastige wisselwerking.

Eigen verantwoordelijkheden nemen
Herder-zijn is een zelfstandig bestaan, je bent meestal alleen op pad met je hond en zo’n tweehonderdvijftig schapen. Als schaapsherder heb ik heel andere verantwoordelijkheden dan die ik vroeger op kantoor had. Ik kan bijvoorbeeld niet zomaar ziek thuis blijven, dan krijgen de schapen namelijk niet te eten. En ik moet minimaal twee keer per dag gaan kijken hoe het met ze gaat. Ze mogen niet op hun rug liggen, want dan gaan ze dood. Ook moeten we regelmatig controleren of de schapen geen ziektes hebben. Als schaapsherder werk je zeven dagen per week, soms ook ’s nachts. Het is fysiek ook zwaar werk. 

Maar dat alles neem ik graag voor lief. Ik vind het heerlijk om zoveel buiten te zijn en samen met Sky voor een kudde van 250 schapen te lopen. Van die vrijheid geniet ik voor de volle 100%!’

'Zonder hond kun je geen schapen hoeden'