Floris van Delft, theatermaker:
'Ik wil mensen liefdevol laten struikelen'

Floris van Delft studeerde theologie aan de universiteit in Groningen. Maar zijn hart bleek bij het theater te liggen. Dus deed hij vervolgens de regieopleiding in Amsterdam en sloot hij zich aan bij diverse gezelschappen. De afgelopen vijftien jaar regisseerde en schreef Floris meer dan zestig theaterstukken en  sinds drie jaar is hij artistiek directeur van theaterorganisatie WAT WE DOEN. Floris: ‘Voor mij begint “theater maken” eigenlijk altijd met de vragen: “Wat wil ik maken?” en “Waar wil ik het over hebben?”. Elk project begint met een onderwerp of een plek waardoor ik geraakt word en van daaruit groeit het verder.’

Toen wij van Rotterdam vertrokken
Een goed voorbeeld daarvan is het theaterstuk “Toen wij van Rotterdam vertrokken”, dat zich afspeelde op de kades van Delfshaven. Floris: ‘De acteurs speelden op de kades en het publiek zat op een boot die zo’n zeven kilometer door het gebied voer. Het eerste idee voor het theaterstuk was de plek, te weten Delfshaven. Uit gesprekken met mensen bleek vervolgens dat het water in Delfshaven door de eeuwen heen een grote rol heeft gespeeld. Een strateeg van het Havenbedrijf vertelde dat het de policy van het Havenbedrijf is om dertig jaar vooruit te kijken. Die elementen vertaalde ik, samen met mijn researcher Wieke ten Cate, naar een theaterstuk. Want iedereen probeert zich op de toekomst voor te bereiden en daar zelf richting aan te geven. En in hoeverre ben je dan een speelbal van het lot en kun je daar zelf invloed op uitoefenen? Zo ontstonden allerlei verhalen over de maakbaarheid van de toekomst en de kracht van het lot.

Het publiek op een boot te laten varen, leek in eerste instantie een bijna onmogelijke onderneming. Maar het lukte ons en het project was een groot succes. Ik word overigens heel enthousiast van ideeën die onmogelijk lijken. Ik vertel ze aan diverse mensen en zo krijgen die ideeën steeds meer vorm. Maar ja, er komt natuurlijk altijd een moment dat je het echt moet gaan doen… Daar zit natuurlijk vooral de uitdaging.

"Hoe ik talent voor het leven kreeg"
Ook nu zijn we met WAT WE DOEN met een behoorlijk uitdagend project bezig. We bereiden een grote voorstelling voor op basis van het succesvolle boek “Hoe ik talent voor het leven kreeg” van Rodaan Al Galidi, die negen jaar lang in een AZC zat. In Nederland worden de AZC’s bewust oncomfortabel gemaakt terwijl mensen daar vaak meer dan een jaar moeten verblijven. We vragen die mensen dus om te leven in een omgeving die erop gericht is dat ze het vooral niet naar hun zin hebben, terwijl ze niet weten hoe lang ze daar moeten zitten en ze ook niet weten of ze wel of geen verblijfsvergunning krijgen. Ik wil dat de bezoekers van deze voorstelling zich na afloop afvragen waarom we dat zo doen en of dit bij ons past.

Deze voorstelling gaat in de grote zalen in het land spelen, met vijf acteurs, vijf musici en vijftig statushouders die we in een grote bewegingschoreografie plaatsen. Die mensen doen mee omdat ik vind dat de wereld die we schetsen in de voorstelling, ook echt aanwezig moet zijn. Ik heb niet de behoefte om het publiek te shockeren, maar ik vind het belangrijk dat mensen anders naar bepaalde dingen gaan kijken. Ik wil mensen liefdevol laten struikelen. Want als je struikelt, ben je even uit balans en wissel je van perspectief. Natuurlijk is het leuk als mensen straks na afloop zeggen dat ze het een mooie voorstelling vonden of dat de acteurs goed speelden. Maar voor mij is een voorstelling pas echt geslaagd als mensen na afloop blijven en erover napraten.

Van bedenken naar doen
Zo’n voorstelling als “Hoe ik talent voor het leven kreeg” is een lang en intensief traject. Het idee kreeg ik twee jaar geleden, maar er komt altijd een moment dat je moet overstappen van bedenken naar doen. En natuurlijk denk ik regelmatig: Waarom ben ik dit in hemelsnaam gaan doen? Ook na het maken van veel voorstellingen, ben ik elke keer weer onzeker, maar dat houdt me scherp. Nu moet ik voor “Hoe ik talent voor het leven kreeg” gaan schrijven. Maar zolang er nog geen woord op papier staat, is er nog die ongekende zee van mogelijkheden waar ergens de meest briljante versie tussen drijft. Als ik dan de eerste woorden probeer op te schrijven, kan ik soms helemaal dicht slaan. Is het begin er eenmaal, dan volgt de rest min of meer vanzelf.

Wat we vertellen is waar
Ik vind het belangrijk dat als we het over zo'n onderwerp hebben, de feiten kloppen. Wat we vertellen is waar, hoe we het vertellen is theater. Daarom doen we veel onderzoek. Ik lees nu alles over AZC’s, dus ook de beleidsstukken van het ministerie. Waarschijnlijk komt daarvan maar 2% terug in de theatervoorstelling, maar we moeten weten waar we het over hebben. Ook het op gang brengen van een dialoog via onze voorstellingen vinden we heel belangrijk. We willen hiermee ruimte geven aan de verschillende perspectieven op een onderwerp. Dat proberen we op allerlei manieren te faciliteren. Met gesprekken vooraf en na afloop van een voorstelling, met workshops of door mensen bijvoorbeeld te laten meebouwen aan beeldende kunstwerken.

Comedy
Een tweede liefde van mij is comedy. Ik ben daarom ook nog regisseur van een aantal cabaretiers en stand up comedians. Voor zowel theater als comedy probeer ik als regisseur altijd de kaders aan te geven, zeg maar de hekken van de speeltuin. Als spelers weten waar de grenzen liggen, kunnen ze losgaan. Volgens de mensen met wie ik werk, heb ik een hoog tempo. Ik hou van het werken onder druk. Dat maakt goede ideeën los en laat mensen echt zijn wie ze zijn. Dat vind ik mooi op het podium. Ik wil dat het waarachtig voelt.’

Kijk voor meer informatie over Floris en over theaterorganisatie WAT WE DOEN op:
www.watwedoen.nl